De samenwerking tussen Japan en de Indische Onafhankelijkheidsbeweging in de Tweede Wereldoorlog kenmerkt zich door de oprichting van het Indisch Nationaal Leger (INA) en belangrijke campagnes, zoals de Imphalcampagne. Wegens een crisis van het INA stelde Japan een van de belangrijkste, nationalistische leiders, Subhas Chandra Bose, aan het hoofd van het INA. Japan had de intentie een 'Azië voor Aziaten' te creëren.Joyce Chapman Lebra, The Indian National Army and Japan, p. 60 Om die reden steunde het de Indische Onafhankelijkheidsbeweging. Japan verloor echter de oorlog.
Historische achtergrond Japan, dat te kampen had met overbevolking, stapte in 1941 in de Tweede Wereldoorlog aan de kant van nazi-Duitsland en Italië. Zijn doel was het verkrijgen van grondstoffen en de uitbreiding van het eigen gebied om meer ruimte te geven aan haar eigen bevolking. Japan wou eveneens een 'Azië voor Aziaten' creëren, waarbij alle westerse invloed uit Azië verdreven zou worden. Om dit ideaal te realiseren besloot het land hulp te bieden aan de reeds bestaande onafhankelijkheidsbewegingen. Tijdens de oorlog zouden de Indische, Birmese en Maleisische onafhankelijkheidsgroeperingen van groot belang zijn voor de Japanners. Door deze groeperingen te steunen, konden ze onder meer de macht van de Britten in Brits-Indië verzwakken. Met de bedoeling om het concept van een ‘Nieuw Azië’ te realiseren steunde Japan de strijd voor Indische onafhankelijkheid. Zo had de Japanse Militaire Administratie verschillende Indische nationalistische groepen in Oost-Azië aangespoord een anti-Britse alliantie te vormen. Hieruit werd de ‘Indian Independence League’ (IIL) geboren. Het hoofdkwartier van deze beweging vestigde zich in Singapore, van waaruit het toekeek op het welvaren van de verschillende Indische gemeenschappen in Oost-Azië. 300px|thumb|right|Fujuwara (links) groet Pritam Singh (rechts). Opdat Japan de banden met de onafhankelijkheidsbewegingen zou kunnen behouden, creëerde Fujiwara Iwaichi, een jonge Japanse majoor, een informatienetwerk dat zich uitstrekte van Thailand tot Maleisië en van Maleisië tot Birma.In 1941 was er aan Fujiwara Iwaichi, een jonge Japanse majoor, opgedragen internationale informatie te verzamelen. In Bangkok krioelde het al van Britse, Chinese, Amerikaanse en Duitse informanten. Japan kon het zich niet veroorloven om achterop te raken. Zuidoost-Azië was als bron van tin, rubber en olie een vitaal punt voor Japan. Op 18 september 1941 gaf de ‘Chief of General Staff’, Sugiyama, de opdracht aan Fujiwara om via deze netwerken de groeperingen in de Maleisische regio te helpen. Meer specifiek bestond zijn opdracht in het behouden van de band met de anti-Britse IIL en de Maleisische en de Chinese onafhankelijkheidsbewegingen.
In Bangkok bevonden zich twee Indische organisaties: de IIL en een ‘Indo-Thai’ organisatie.De IIL bestond grotendeels uit Sikhs met Pritam Singh aan het hoofd. Ze had reeds een uitgebreid netwerk van mensen in Zuid-Thailand en het noordoosten van Malaya. De ‘Indo-Thai’ organisatie daarentegen was een culturele organisatie, die zich groepeerde rond een swami, Das genaamd. Ze bestond uit intellectuelen, die zich boven alles interesseerden in culturele aspecten. Fujiwara besloot samen te werken met de IIL. De reden hiervoor was dat de IIL al actief propaganda onder Indische officieren van het Brits-Indische leger verspreidde. De Indo-Thai organisatie daarentegen richtte zich hoofdzakelijk op culturele aspecten en was dus voor Japan van weinig nut.
Fujiwara en de toenmalige leider van de IIL, Pritam Singh, stelden een plan op in het geval een oorlog zou uitbreken. Zodra de oorlog uitbrak, zou de IIL de Indische soldaten in het Brits-Indische leger proberen te bereiken met anti-Britse propaganda.De anti-Britse propaganda tijdens radio-uitzendingen bereikte niet enkel de Indische soldaten maar heel India en omstreken, waardoor Indiërs uit heel Azië spontaan hulp aanboden. Fujiwara zou de Indische gevangenen beschermen en hen informeren over de bedoelingen van de IIL. Op 1 december 1941 werd een akkoord opgesteld, waarin vermeld werd dat de IIL Fujiwara zou volgen in Zuid-Thailand en Maleisië. Daar zou de IIL de Indische soldaten in het Brits-Indische leger contacteren. Fujiwara zou de Indiërs beschermen. De gevangen Indiërs uit het Brits-Indische leger vormden later het revolutionaire leger, dat streed voor de onafhankelijkheid van India.
Op 8 december 1941 begon de oorlog. Dit ging gepaard met de verrassingsaanval van Japan op Pearl Harbor,De aanval op Pearl Harbor was een verrassingsaanval op de Amerikaanse scheepsbasis Pearl Harbor, uitgevoerd door de Japanse Keizerlijke Marine. De aanval faalde in één opzicht. Japan slaagde er niet in de Amerikaanse vloot met oorlogsvliegtuigen volledig te vernietigen. de aankomst van de Konoe-DivisieDe Konoe Divisie was de Keizerlijke Garde. in Bangkok en het ‘Keizerlijk Edict’, dat officieel de oorlog verklaarde.
'Indian National Army': INA
Ontstaan van het eerste INA De bevrijding van India zou volgens Mohan SinghMohan Singh was in 1941 een kapitein en tweede in gezag van een bataljon van de 15e Brigade, 14e Punjab Regiment van het Brits-Indische leger. Later stond hij vooral bekend als een van de eerste organisatoren en leiders van het INA., een kapitein, die in het 14e Punjab Regiment van het Britse leger had gediend, slechts slagen, indien de ‘Indian Congress Party'De ‘Indian National Congress Party’ is een politieke partij, die gesticht is in 1885. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stelde ze zich neutraal op. haar goedkeuring gaf. Zonder de goedkeuring zou het gescheiden worden van de hoofdstroom van de Indische politiek. Het congres zou de IIL en zijn rol in de strijd moeten erkennen. Aangezien ‘The Congress Party’ voor ‘nonviolence’ had gekozen, zag het er niet naar uit dat Gandhi en Nehru hen zouden helpen in hun militaire strijd.
Na lange twijfelMohan Singh was niet zeker of de Japanners verdere bedoelingen met India hadden. besloot Mohan Singh een Indisch leger te leiden, dat samen met Japan tegen de Britten zou vechten voor de onafhankelijkheid van India. De belofte van Japan om India te steunen in haar strijd voor onafhankelijkheid zette Mohan Singh aan om een oproep tot de vorming van een eigen leger te lanceren. Dit leger zou de bevrijding van India als doel voor ogen houden. Eind 1941 deed Mohan Singh de Japanse kolonel Fujiwara een voorstel: de Indiërs zouden een leger oprichten van Indische mensen; het Japanse leger zou dat leger met hart en ziel helpen; het Indische leger en de IIL zouden voor de resterende tijd samenwerken; het Japanse leger zou Mohan Singh aanvaarden als de leider van de Indische gevangenen; het Japanse leger zou de Indische gevangen behandelen als vrienden en degenen bevrijden, die wilden aansluiten bij het Indische legerOp 17 februari 1942, na de val van Singapore werden ongeveer 45 000 Indische krijgsgevangenen door de Britten aan de Japanse troepen overgeleverd. Tegen de verwachtingen van de Britten in, werden deze krijgsgevangenen warm verwelkomd.; het Indische leger zou erkend worden als een bevriend leger van het Japanse leger. Verder zou het INA enkel vechten op de Indo-Birmese grenzen en niet op andere fronten in Azië. Mohan Singh vroeg eveneens dezelfde bewapening en uitrusting als het Japanse leger, aangezien ze samen vochten. Op de meeste vragen werd positief gereageerd. Enkel over het erkennen van de gelijkheid van het Japanse leger en het INA werd nooit een consensus bereikt. Een leger, dat de naam ‘Indian National Army’ (INA) droeg, was geboren en de revolutie kon beginnen. Bijna 20 000 soldaten meldden zich spontaan.
Ontwikkeling en missies Het INA had een propaganda-eenheid, die voornamelijk bestond uit vrijwilligers. De vrijwilligers, die gekozen werden om tot het propagandateam te behoren, kregen een lezing over de ideologie van onafhankelijkheid, het infiltreren achter de vijandelijke linies en het wegsmokkelen van Indiërs uit het Britse leger. Eenheden van het INA infiltreerden achter de linies van het Brits-Indische leger. INA- en IIL-teams liepen heen en weer door vijandelijk vuur om het maximum aantal Indiërs weg te smokkelen bij de Britten. Het was een succesvolle operatie. Aangespoord door dit succes deed Mohan Singh begin 1942 een plan voor het INA uit de doeken dat bestond uit drie punten, die allemaal werden uitgevoerd: aan het INA zou een gewapende dril gegeven worden; er zou een groot propagandateam getraind worden om de Indiërs in het Brits-Indische leger te overtuigen om zich aan te sluiten bij het INA zodra het Britse leger Singapore zou naderen; propaganda-uitzendingen zouden op de radio van Saigon tot in India te horen zijn.
Naarmate de oorlog vorderde, konden de Japanners hun hoofdkwartier van Ipoh naar Kuala Lumpur verplaatsen, aangezien hun frontlinies steeds verder opschoven richting Singapore. Japan had via luchtaanvallen in SingoraSingora (Songkhla) is een stad in Zuid-Thailand en de hoofdstad van de gelijknamige provincie Songkhla en het district Songkhla., PattaniPattani is een stad in Zuid-Thailand en de hoofdstad van de gelijknamige provincie Pattani en het district Pattani. en Kota BahruKota Bahru is een stad in Maleisië en is de hoofdstad van de staat Kelantan. de Britten immers verplicht zich snel terug te trekken.
Inmiddels nam het aantal Indiërs, dat zich had overgegeven, toe tot 2500. Mohan Singh reorganiseerde het INA in vijf bataljons met een kleine reeks officieren. Hij reorganiseerde het INA en leerde het de idealen van de revolutie aan. Op een bepaald moment was de moraal van het INA zo groot dat Mohan Singh besliste dat het tijd was om INA-eenheden in te zetten in de echte strijd en propagandaoperaties. Begin januari 1942 werden twee groepen van elk 100 man met de Konoe Imperial Guards DivisionKonoe Imperial Guards Division was een organisatie, die instond voor de bescherming van de keizer van Japan en andere keizerlijke eigendommen. Het maakte deel uit van het Japanse leger en werd na de Tweede Wereldoorlog, na de overgave van Japan, ontbonden. Het was ook betrokken bij verschillende oorlogsmisdaden zoals het Parit Sulong massacre. meegezonden naar Singapore. Het Britse leger, dat daar zou aankomen, bestond voor 80 procent uit Indiërs. Deze Indiërs waren het doel van de propaganda van de twee compagnieën van het INA.
Het beleid, dat Japan in India voerde, probeerde het INA enkel te gebruiken voor propagandafuncties en voor het aanwakkeren van anti-Britse gevoelens. Het INA bleef echter geen propagandabeweging maar groeide in de Imphalcampagne en in de acties in Birma uit tot een grote gevechtsmacht. Tijdens de Imphalcampagne beschouwde het Japanse leger het INA als guerrilla-eenheden en speciale eenheden, die functies uitvoerden om informatie over de Britten te bekomen. Japan liet uit haar acties blijken dat het enkel geïnteresseerd was in het gebruiken van het INA voor propagandadoeleinden. Generaal TerauchiHisaichi Terauchi was een veldmaarschalk in het Keizerlijke Japanse Leger en de bevelhebber van het Zuidelijke Expeditieleger. had toegegeven dat Japan geen grote formaties van het INA aan het front wou. Dit resulteerde in onenigheden tussen Japan en het INA.
Crisis