thumb|Vanaf de zuidkant zicht op De Schorren bij opkomend water De Schorren is een buitendijks kweldergebied op het Nederlandse waddeneiland Texel. Deze kwelder, in het noordoostelijk deel van het eiland, is ontstaan nadat in de negentiende eeuw de aangrenzende polder De Eendracht werd bedijkt. Het terrein heeft een hoge natuurwaarde en is eigendom van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Het vormt een geheel met de slikken en platen in de aangrenzende Waddenzee, die de naam “Vlakte van Kerken” dragen. De Schorren beslaan een oppervlakte van 1.300 ha; de totale oppervlakte van het reservaat in de Waddenzee, dus De Schorren plus de Vlakte van Kerken, is ongeveer 6.700 ha.

Ligging De Schorren is het enige stuk kwelder van behoorlijke omvang aan de oostzijde van Texel. Het ligt aan de noordoostkant van Texel in de Waddenzee, ten oosten van de polder De Eendracht. Het werd ook wel aangeduid als "De Schorren van de Eendracht".Zie bijv. deze opgave (geraadpleegd 2016-10-30) Het gebied beslaat ongeveer 1.300 ha en is sinds 1989 eigendom van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland.Dijksen 1996, p. 60 zegt: Natuurmonumenten kon “in 1989 een groot deel van De Schorren (...) kopen van het Waterschap Texel. Ongeveer 80 ha. begroeide kwelder en ruim 1.100 ha. bij eb droogvallende platen werden aan het bezit toegevoegd.” Zie ook: van der Ploeg 2015, p. 19; Binsbergen 2014, p. 82 noemt in dit verband het jaar 1987. Voor die tijd (sinds 1920)Binsbergen 2014, p. 82; zie ook: van der Ploeg 2015, p. 19. Dijksen 1996, p. 57 noemt als beginjaar: 1930 werd het al wel door Natuurmonumenten beheerd, maar was het eigendom van het waterschap. Dit waterschap verhuurde het terrein aan Natuurmonumenten. Overigens bleef een strook van honderd meter langs de waddijk eigendom van het waterschap, tegenwoordig het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.van der Ploeg 2015, p. 19

Het gebied van De Schorren vormt een eenheid met de aangrenzende slikken van de Vlakte van Kerken die ongeveer 5.400 ha beslaat. Deze wadplaten zijn eigendom van de staat; 870 ha. ervan ligt in Friesland. Het reservaat in de Waddenzee is ook in beheer bij Natuurmonumenten sinds 1960. Aanvankelijk was de oppervlakte in beheer bij Natuurmonumenten wat kleiner.Drijver 1957, p. 141 meldt dat de van de staat gehuurde slikken een oppervlakte van 3.000 ha hebben. Anno 1977 kon Strijbos al melden dat het uitgestrekte slikken- en schorrenlandschap in totaal 6.700 ha besloeg, gepacht door Natuurmonumenten, voor een deel van de Dienst der Domeinen en voor een ander deel van de polder De Eendracht. (Strijbos 1977, p. 39)

Het tweede grote kweldergebied (met een oppervlakte van ongeveer 700 ha.) op Texel ligt aan de Noordzee-kant: De Slufter.

Het grootste deel van De Schorren bestaat - bij hoogwater - uit water, maar bij laag water valt een zeer groot deel droog. “Het is een uniek kwelder- en waddenlandschap met een weelde aan vogels.”Strijbos 1977, p. 39

De Schorren en de Vlakte van Kerken bevinden zich op de plaats waar de zuidelijke eb- en vloedstroom vanuit het Marsdiep en de noordelijke uit het Eijerlandse Gat elkaar ontmoeten, het wantij.Zie bijv. Van der Ploeg 2015, p. 6

Geschiedenis thumb|Polder Eijerland in 1854; het noorden is rechts; de Polder Eendracht is al ingetekend; daaronder: de Vlakte van Kerken Al in 1630 waren Texel en Eijerland verbonden door een Zanddijk. De kwelder aan de zeezijde werd nooit ingepolderd, en ontwikkelde zich tot het natuurgebied De Slufter. De kwelder aan de oostzijde van de Zanddijk werd in 1835 ingepolderd. Toen ontstond de Eijerlandse polder; oppervlakte: 3.115 ha.Landaanwinning, p. 295; geraadpleegd 2016-05-09. Gearchiveerd op 29 oktober 2016. Vervolgens werd in 1846 het kweldergebied ten noordoosten van de polder Eijerland bedijkt en ontstond de polder De Eendracht.

Oostelijk van de polder De Eendracht ontwikkelde zich opnieuw een kwelder. Maar dergelijke “begroeide velden, vrij voor het vloedwater toegankelijk, zooals die vroeger langs den heelen Oostkant van het eiland moeten hebben gelegen, zijn, na de vele inpolderingen, schaarsch geworden. Wel treedt op enkele plaatsen aan de Waddenzee slib- en zandafzetting op, van zulk een omvang soms, dat bij eb groote vlakte droog vallen, doch plantengroei van beteekenis kan zich daar niet ontwikkelen. Rijpe schorren, van voldoende oppervlakte om inpoldering in overweging te nemen, zijn er tegenwoordig niet, en wat er nog is, neemt onder invloed van den loop der zeestroomingen eer af dan toe.” Zo beschreef Drijver in 1934 de situatie “op de schorren”.Drijver 1934, p. 174 In die tijd werd de kwelder nog begraasd door schapen. Vrij snel daarna zal deze begrazing beëindigd zijn.Drijver 1934, p. 175; Drijver 1957, p. 138

Na de afsluiting van de Zuiderzee (in 1932) was de stroming in de Waddenzee veranderd; dat veroorzaakte afslag van het toch al betrekkelijk kleine kweldergebied.Drijver 1957, p. 138

Vanaf 1920 werd er bewaking ingesteld en was toegang tot het gebied voorbehouden aan leden van “Vogelbescherming” en van “Natuurmonumenten”. Die laatste vereniging verwierf in 1934 het beheer over De Schorren.Binsbergen 2014, p. 82; Dijksen 1996, p. 57 noemt i.p.v. 1920: 1930. Volgens van der Ploeg 2015 (p. 19) werd al vanaf 1920 1.250 ha. gehuurd van het Waterschap.

De Duitse bezetters lapten tijdens de Tweede Wereldoorlog de bescherming van de grote stern aan hun laars. In de eerste oorlogsjaren broedden er nog duizenden. Aan het eind van de oorlog was er geen enkel broedpaar overgebleven.Drijver 1957, p. 143/144

Bij de stormvloedramp van 1953 liep de polder De Eendracht onder, waarbij enige mensen de dood vonden. Pas in 1977 werd met de dijkverzwaring aan de oostzijde van Texel begonnen. In 1980 was het werk voltooid. De dijk was vanaf dat moment overal 4,85 m + NAP en had op sommige plaatsen een doorsnede gekregen die wel viermaal zo breed was als van de dijken van voor de Deltawerken. Hoewel wettelijk een weg onder langs de dijk verplicht is, bleef deze langs de Schorren voor gemotoriseerd verkeer afgesloten en werd de dijk hier binnenwaarts verzwaard, om de buitendijkse kwelder te beschermen.Drijver 1957, p. 138/9. Dijksen 1996, p. 51/2

De eerste vogelwachter van De Schorren was Teun Brouwer uit Oost. Hij werd opgevolgd door Dick Boot uit De Waal. Later namen diens zoons Cees en Gerrit Boot de taak van opzichter van De Schorren over. Sinds 2015 wordt in het zomerseizoen door vrijwillige “wadwachters” vanuit een “pipo-wagen” op de dijk het zuidelijk deel van De Schorren, en het nieuwe natuurgebied Utopia dag en nacht in de gaten gehouden.van der Ploeg 2015, p. 27

In 1982 werden De Schorren en de Vlakte van Kerken door de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk aangewezen als beschermd natuurmonument.Aanwijzingsbesluit beschermd natuurmonument. Hier worden De Schorren overigens aangeduid als “De Schorren van de Eendracht” (geraadpleegd 2016-05-08)

In 2006 werd de huur van Domeinen omgezet in erfpacht; dat is van belang in verband met de beheerssubsidie.

In 2009 ging het beschermde natuurgebied van De Schorren en de Vlakte van Kerken op in het Natura 2000-gebied Waddenzee.

Jac. P. Thijsse en De Schorren Jac. P. Thijsse, de schrijver over en beschermer van de Nederlandse natuur, had een sterke band met Texel. Hij woonde op het eiland van 1890 tot 1892 en hij schreef erover in een van zijn Verkade-albums: Texel (1927).

Zijn allereerste publicaties in een (Engels) tijdschrift in 1894 gingen over de vogels van Texel, het ornithologische El Dorado van Holland.Thijsse 1894a en Thijsse 1894b In 1902 schreef hij in De Levende Natuur over een excursie van de Ornithologische Vereeniging naar Texel op 30 en 31 mei.Thijsse 1902 In deze drie tijdschrift-artikelen schrijft hij niet over De Schorren.

Dat doet hij wel in het Verkade-album Texel,Thijsse 1927, p. 42-48 zonder de naam van het buitendijkse kweldergebied te noemen. Het gebied aan de buitenzijde van de waddijk wordt geroemd om de vegetatie en de avifauna. De enige topografische aanduiding die Thijsse gebruikt is die van “de slikken van de Eendracht” of “slikken achter de Eendracht”Thijsse 1927, p. 43, resp. 47

De benaming “slikken achter de Eendracht” gebruikt Thijsse ook nog in 1928 en 1930.Thijsse 1930, p. 178. Ook in een korte mededeling in De Levende Natuur 33e jrg. nr. 3 (1928), p. 94 (alhier in te zien) - in deze laatste mededeling geschreven met een hoofdletter: de Slikken achter de Eendracht. Gearchiveerd op 1 april 2023. In 1939 noemt Thijsse deze Slikken achter de Eendracht: “een van de zeven voornaamste schoonheden van ons Eiland.”Thijsse 1939, p. 169

Plantengroei Jac. P. Thijsse schrijft uitgebreid over de bijzondere flora van de kwelder: allereerst over de zeealsem (Artemisia maritima), het (gewoon) kweldergras (Puccinellia maritima), het Engels gras (Armeria maritima), het (zee-)melkkruid (Glaux maritima) en het (schorren-)zoutgras (Triglochin maritima). Hij noemt ook "limoenkruid" (Statice limonium), (synoniem van lamsoor Limonium vulgare). Verder beschrijft hij obione, de gewone zoutmelde (Atriplex portulacoides) en schorrenkruid (Suaeda maritima). Op “het naakte slik” vindt hij (kortarige) zeekraal (Salicornia europaea) en klein zeegras (Zostera noltii).Thijsse 1927, p. 42/43

Drijver noemt daarnaast in 1934 ook strandmelde (Atriplex littoralis) en zeealsem (Artemisia maritima) als kenmerkende soorten van de kwelder achter de polder Eendracht, terwijl hij ook de aandacht vestigt op het lamsoor, dat in juli en augustus paars bloeit. Hij beschouwt De Schorren als de rijkste groeiplaats van deze soort op Texel.Drijver 1934, p. 175 (augustus); Drijver 1957, p. 139 (juli en augustus). Hij besteedt ook aandacht aan Engels slijkgras (Spartina anglica), een uiterst expansieve "exoot", die de lamsoor overwoekert en ook nog eens de hoeveelheid geschikt broedgebied voor vogels vermindert.

Ook StrijbosStrijbos 1977, p. 39/40 schrijft uitgebreid over de verschijning van wat hij "groot slijkgras" (Spartina townsendii) noemt. Het was bekend dat in Engeland ermee begroeide modderbanken snel hoger werden; een goede "slikvanger" of "slibverzamelaar" dus. In 1924 kocht de Nederlandse overheid 500 levende planten van deze slijkgras-soort, in Engeland, voor fl. 48,50, om uit te proberen of het ook in Nederland kon worden gebruikt. Ze werden op enkele plaatsen in Zeeland uitgeplant, en sindsdien zijn grote oppervlakten Zeeuwse schorren ermee bedekt. De plant vestigde zich ook spontaan op De Schorren van Texel en heeft "sindsdien een groot gedeelte van dat gebied in bezit genomen." Hij somt op welke andere zoutminnende plantensoorten op de hogere delen van De Schorren te vinden zijn, en noemt behalve de eerder genoemde soorten ook zeepostelein (Honckenya peploides), zeeaster, of zulte (Aster tripolium) en twee soorten lepelblad (Cochlearia spp.).

Vogels thumb|Vogels kijken vanaf de dijk De Schorren hebben een lange reputatie als een van de meest interessante vogelgebieden van Texel. Drijver concludeert in zijn beschrijving van het gebied: “Al met al vormt een bezoek aan de schorren een belevenis, die wij nooit zullen vergeten.”Drijver 1957, p. 147; merk op dat Drijver “de schorren” met kleine letters schrijft. En ook Strijbos laat zich in lovende woorden uit: “Een der rijkste vogelgebieden van Texel wordt gevormd door het buitendijkse kwelderland van De Schorren achter de polder De Eendracht.”Strijbos 1977, p. 39. Drijver beschrijft hoe de belangstelling van vogelaars voor het gebied zelfs leidde tot een vorm van “regulering” van de bezoekersstroom.Drijver 1957, p. 139.

Broedvogels Broedvogels van De Schorren zijn onder andere: de eidereendéén broedpoging (op de Schorren) volgens Drijver 1934 (p. ...); in 1957 (Drijver 1957, p. 146) zijn het er blijkbaar al meer, maar nog niet zoveel als in het Vlielandse waddengebied., de kluut, de scholekster, de tureluur, de veldleeuwerik en de graspieper.