De Byzantijns-Sassanidische Oorlog van 602-628 was een oorlog tussen het Byzantijnse en het Sassanidische Rijk. Het maakte deel uit van de Romeins-Perzische oorlogen.
Eerste oorlogsjaren De relatie met de Perzische Sassaniden, de oude erfvijand van het Oost-Romeinse Rijk, was sinds dat grootkoning Khusro II aan de macht was, dankzij de steun van keizer Mauricius, opperbest. Diens afzetting en moord in 602 benutte Khusro II als voorwendsel, om in Oost-Romeins gebied binnen te vallen. De nieuwe keizer Phocas was fel omstreden, en her en der braken er opstanden uit. Een opstandige generaal Narses beweerde, dat hij in contact was met Theodosius, een vermeende zoon van Mauricius, die het door Phocas aangerichte bloedbad zou hebben overleefd. Mesopotamia scheurde zich af. Dat gaf Khusro II de gelegenheid verder op te schuiven tot in Anatolië. Armenië, alsook de belangrijke vesting Dara waren reeds verloren gegaan. Op de duur slaagden de Sassaniden erin een wig te slaan tussen Anatolië en de Levant. Het zal tot 611 duren vooraleer Herakleios de weerstand van de Phocastroepen, wier aanvoerder een broer van Phocas was, had gebroken.
Verlies van Syrië en Palestina thumb|Campagnes tussen 611 en 624. Rood- Sassaniden, blauw - Byzantijnen Perzische troepen, onder generaal Shahin drongen door tot Caesarea en plunderden Cappadocië. In 613 ondernam de Romeinse generaal Philippikos een invasie in Armenië en drong diep door in Perzisch gebied, in de hoop dat de Perzen zich zouden terugtrekken. Maar de soldaten van generaal Shahrbaraz vervoegden die van Shahin en de Byzantijnen werden verpletterend verslagen in de Slag bij Antiochië (613). Daarna werden de Byzantijnen opnieuw verslagen by de Cilicische Poorten, en werd ook Tarsus ingenomen. Later drong Shahin met zijn Perzische troepen door Klein-Azië tot Chalcedon, aan de oevers van de Bosporus. Herakleios verenigde zich met zijn broer Theodoros en zijn neef Niketas in Syria. Nicetas en zijn troepen werden echter verslagen; ze moesten zich in allerijl naar Klein-Azië terugtrekken. In datzelfde jaar ging Damascus aan de Perzen verloren.
Daarop richten de Perzen zich naar het zuiden en veroverden in 614 Jeruzalem, samen met het Heilig Kruis, dat aan Shirin, de christelijke echtgenote van Khusro werd teruggegeven., Heraclius and Chosroes or The Desire for the True Cross (2003). Daarbij had de Perzische generaal Shahrbaraz duidelijk de joden voor de strijd tegen de christenen opgevorderd; het kwam waarschijnlijk tot enkele zware gruweldaden, die later aan christelijke zijde niet zouden worden vergeten, „The Vengeance of the Jews Was Stronger Than Their Avarice“: Modern Historians and the Persian Conquest of Jerusalem in 614, in Jewish Social Studies 4.2 (1998), pp. 1-39., hoewel de Perzen hun steun aan de joden al snel opgaven en nu de monofysitische christenen favoriseerden, die sinds lange tijd in conflict lagen met de orthodoxe keizers.
Sassaniden veroveren Egypte (618-621)
De Perzen vielen in 618 uiteindelijk Egypte binnen, waar Niketas niets anders kon doen dan hen weerstand bieden. De Byzantijnse legers werden meerdere malen verslagen en het land werd in 619 veroverd en vervolgens administratief in het Sassanidenrijk ingelijfd, waarmee ook de "graanschuur" van het Oost-Romeinse Rijk in Perzische handen was gevallen – een catastrofe, die de keizer met lede ogen moest aanzien. Reeds een kort na de val van Jeruzalem in grote aantallen aangemunte zilvermunt met de bijzondere legende Deus adiuta Romanis ("God, help de Romeinen!") toont de vertwijfelde toestand van het rijk aan.
Het tegenoffensief van Herakleios thumb|Campagnes tussen 624-628 De situatie zag er toen voor de keizer zo wanhopig uit, dat hij naar verluidt een tijd lang moet hebben overwogen, de hoofdstad op te geven en zich in het veiliger Carthago terug te trekken. Slechts op aandringen van de patriarch Sergios zou hij in het oosten zijn gebleven en nu een gewaagd plan hebben bedacht: hij wilde in het offensief gaan en de vijand in eigen land treffen. Deze feitelijk zeer moedige stap toont de moeilijke situatie waarin het Oost-Romeinse Rijk zich op dat moment bevond.
Herakleios, bevocht de corruptie onder gouverneurs, en onnodige uitgaven nog verder, en liet het inkomen van ambtenaren beperken. Hierdoor wist hij de schatkist gevuld te houden, terwijl hij het volk tevreden hield door het niet te zwaar te belasten, en tegelijkertijd liet hij nieuwe soldaten rekruteren. Hij verbeterde trainingsmethoden en wapens, en ontwikkelde nieuwe strategieën. Hij gebruikte de steun van de kerk om eenheid onder de soldaten en burgers van verschillende stromingen te brengen, en wist ook door zijn wijze heerschappij de ambtenaren en het hof tevreden te houden.
Herakleios kocht een korte vrede van de Avarenkhagan af, verzamelde zijn vaste troepen en verliet op 5 april 622 de hoofdstad. Het is ook opmerkelijk in dit verband, dat Herakleios de eerste keizer sinds Theodosius I was, die zelf aan het hoofd van een leger ten oorlog trok (met uitzondering van enige militaire operaties onder Mauricius) – in het bijzonder, daar Herakleios zich nu een uitstekend strateeg toonde, aangezien het om een offensief ging. Hij begaf zich waarschijnlijk samen met het leger langs een overzeese route naar Pylae, van waaruit de keizer via een noordelijke route, landinwaarts marcheerde; hoewel de precieze route van het leger even onbekend is als zijn sterkte, moet het toch een aanzienlijke macht zijn geweestCf. , The Roman Eastern Frontier and the Persian Wars. Part II AD 363–630. A narrative sourcebook, Londen - New York, 2002, p. 199..
De maatregelen van de keizer hadden duidelijk effect: Herakleios kon waarschijnlijk aan het eind van 622 (volgens andere bronnen 623) de Perzische generaal Shahrbaraz in Cappadocië verslaan (Herakleios' veldtocht van 622). Dit was een grote overwinning die het effect van zijn nieuwe strategieën liet zien. Hij kon zijn campagne niet verder zetten. Herakleios werd gedwongen terug te keren naar Constantinopel om een nieuwe bedreiging door de Avaren af te wenden, die echter vooral door verdere tribuutbetalingen tot rust konden worden gebracht. Daarbij was de keizer bijna in handen van de Avaren gevallenVoor een gedetailleerde en betrouwbare voorstelling van de Oost-Romeins-Avarische betrekkingen, zie , Die Awaren, München, 20022. Voor de tijd van Herakleios, zie pp. 237ff..
Herakleios leidde waarschijnlijk in totaal drie campagnes tegen de SassanidenIn het onderzoek is deze vraag controversieel, aangezien ook de toestand van de bronnen pover is en deels tegenstrijdig is wat de campagne betreft; zie daarnaast Theophanes Confessor en Georgius van Pisidië., Na zijn verblijf in Constantinopel begaf hij zich naar de Kaukasus, waar hij versterking van de lokale christenen ontving. Het bijzondere aan zijn veldtocht tegen de Sassaniden was, dat Herakleios het openlijk als een soort kruistocht tegen de „Vuuraanbidders“ opvatte: er werden beelden van Christus opgesteld in het legerkamp, en uit wraak voor de verwoesting van Jeruzalem en het meenemen van het Heilige Kruis werden verscheidene vuurtempels vernietigd. Als men het verslag van Georgius van Pisidië mag geloven, ontstond er een bijna mystieke stemming onder de Oost-Romeinse troepen. Tegen 625 had hij de Kaukasus veroverd en overwinterde in Kaukasisch Albanië.
Koshrau liet het hier niet bij en stuurde zijn drie bekwaamste generaals Shahrbaraz, Shahin, en Shahraplakan op hem af. Herakleios liet twee soldaten doen alsof ze overliepen en zij vertelden Shahrbaraz dat Herakleios door Shahin op de vlucht geslagen was. De jaloerse Perzische generaals wilden hem allemaal als eerste verslaan. Herakleios wist Shahraplakan en Shahin verpletterend te verslaan, met behulp van zijn goed getrainde soldaten en schutters; hij wist hun met rijkdom gevulde transportkaravaan te veroveren. Shahrbaraz stuurde 6000 man om hem 's nachts aan te vallen, Herakleios viel echter zijn kamp tijdens een verrassingsaanval binnen, vernietigde zijn leger en plunderde zijn kamp. Door deze overwinningen wist Herakleios Armenië veilig te stellen en kon hij ook veel rijkdom vergaren om de schatkist verder te vullen en voor het herstel van zijn provincies en uitbreiding van het leger te betalen. Hij plunderde ook Medie waarbij hij nog meer rijkdom verkreeg.Cf. , Heraclius – Emperor of Byzantium, Cambridge, 2003, pp. 122-----129. (met kaart op p. 123). De laatste schermutseling tussen Herakleios en Shahrbaraz was de Slag bij Sarus in 625. Daarna vertrok Shahrbaraz richting Anatolië.
Beleg van Constantinopel (626) De opdracht van Shahrbaraz was, contact te maken met de Avaren, en gezamenlijk Constantinopel aan te vallen. De Avaren vanuit Europese kant en de Sassaniden vanuit Anatolië. De belegering ving aan in de zomer van 626. Toch kon de stad dankzij de vloot standhouden, daar de Perzen noch de Avaren en Slaven erin slaagden de Bosporus over te steken. De Oost-Romeinen meenden echter het einde van de belegering te danken te hebben aan de steun van de moeder Gods, waardoor deze gebeurtenis een religieuze dimensie kreeg. Wanneer men de Perzische strategie beschouwt - die duidelijk de strategie van Herakleios kopieerde, om de vijand in haar kerngebied te treffen - valt op, dat de Perzen in Klein-Azië al plunderend binnenvielen, maar nooit de controle over het volledige grondgebied verkregen.
Herakleios had ondertussen zijn troepen opgedeeld: een deel stuurde hij naar Constantinopel ter versterking, waar zij vóór Shahrabaraz aankwamen, die de Perzische troepen tijdens de belegering commandeerde, een ander deel marcheerde onder leiding van zijn broer, kouropalates Theodoros, Mesopotamië binnen, waar zij de Perzische generaal Shahin konden verslaan. Het derde deel bleef met de keizer in Armenië.
De nederlaag van generaal Shahin betekende een keerpunt in de oorlog. Na het horen van de dood van Shahin, staakten de Avaren de strijd. Shahrbaraz stond er alleen voor en keerde naar Syria terug.
Eindoffensief (627-629) thumb|Herakleios snijdt Khusro, als teken van vernedering, de haren af (12e-eeuwse emailplaguette) De mislukte belegering van Constantinopel markeerde het keerpunt in de oorlog: de Perzen werden in het defensief gedwongen, het Avarenrijk op de Balkan desintegreerde ten gevolge van interne conflicten, terwijl de Romeinen verder in het offensief gingen. Herakleios lichtte verder troepen in Lazika aan de Zwarte Zee en nam met de "Chazaren" (zoals ze worden genoemd in de bronnen, hoewel het waarschijnlijk in werkelijkheid om Gökturken ging) contact op, die hem eveneens troepen leverden.Voor de problematiek van de Chasaren/Gökturken zie , Heraclius – Emperor of Byzantium, Cambridge, 2003, pp. 142-143. In de zomer van 627 traden verder ook troepen uit Klein-Azië in het leger in. Met Turkse steun werd een Perzisch bondgenootschap onder leiding van Sharaplakan vernietigd, waarbij de Perzische generaal in de slag zou vallen. Shahrabaraz, ondanks enkele nederlagen de beste generaal van Khusro, had zich in Egypte teruggetrokken en zou niets meer ondernemen tegen Herakleios; Khusro had duidelijk het vertrouwen in zijn generaal verloren en dacht zelfs hem te laten executeren.
Herakleios, die nu het zuidelijke gebied van de Kaukasus controleerde, marcheerde in september 627 vanuit Tbilisi naar het zuiden, waardoor zijn hulptroepen hem spoedig zouden verlaten. In december 627 behaalde Herakleios in de Slag bij Ninive een beslissende overwinning op het kleine Perzische leger onder het commando van Rhazates. Hij hief echter de belegering van Ctesiphon op en bezette in plaats daarvan de lievelingsresidentie van Khusro, Dastagird, die werd geplunderd en vernietigd. Kerstmis vierde Herakleios in Kirkoek, waar zich de bezittingen van de familie van Yazdin bevonden, een invloedrijk Nestoriaans christen, die aan het hof van Khusro II als een soort 'minister van financiën' had gediend, maar door de grootkoning werd terechtgesteld.