miniatuur| NAVO-lidstaten (blauw), landen in het proces van toetreding tot de NAVO (paars) en de door Rusland geleide CSTO (rood). De betrekkingen tussen Oekraïne en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) begonnen in 1992. Oekraïne diende in 2008 een aanvraag in om een NAVO-lidmaatschap op te starten. Plannen voor een NAVO-lidmaatschap werden opgeschort door Oekraïne na de Oekraïense presidentsverkiezingen van 2010 waarin de pro-Russische Viktor Janoekovitsj tot president van Oekraïne werd verkozen. Eind november 2013 weigerde Janoekovitsj de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne te ondertekenen. Daarop volgden de maandenlange grootschalige pro-westerse Euromaidan-protesten die in februari 2014 escaleerden in een kortdurende gewelddadige revolutie. Te midden van de Revolutie van de Waardigheid ontvluchtte Janoekovitsj Kiev en het land. De interim-regering-Jatsenjoek die aan de macht kwam, zei aanvankelijk dat zij geen plannen had om tot de NAVO toe te treden. De Associatieovereenkomst met de EU werd wel ondertekend. Na de Russische annexatie van de Krim en de Russische militaire steun aan de pro-Russische separatisten in het oosten van Oekraïne, waarbij het Oekraïense leger moest worden ingezet, werd dat anders. Na de Oekraïense parlementsverkiezingen in oktober 2014 maakte de nieuwe regering van toetreding tot de NAVO een prioriteit. Op 21 februari 2019 werd de grondwet van Oekraïne gewijzigd. De normen inzake de strategische koers van Oekraïne naar lidmaatschap van de Europese Unie en de NAVO zijn vastgelegd in een preambule. Dit omvat drie artikelen en overgangsbepalingen.
Op de NAVO-top van Brussel in juni 2021 herhaalden de NAVO-leiders het besluit dat op de Top van Boekarest in 2008 was genomen. Oekraïne zou lid worden van het 'Membership Action Plan' (MAP). Het helpt kandidaat-lidstaten van de NAVO om zich voor te bereiden op hun lidmaatschap en aan de vereisten te voldoen. Dit wordt gerealiseerd door praktisch advies en doelgerichte ondersteuning te verlenen. NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg benadrukte ook dat Rusland geen veto zal kunnen uitspreken over de toetreding van Oekraïne tot de NAVO "omdat we niet zullen terugkeren naar het tijdperk van belangensferen waarin grote landen beslissen wat kleinere moeten doen."
Volgens peilingen die tussen 2005 en 2013 zijn gehouden, bleef de Oekraïense publieke steun voor het NAVO-lidmaatschap laag. Sinds de Russisch-Oekraïense Oorlog en de annexatie van de Krim is de publieke steun voor het Oekraïense lidmaatschap van de NAVO echter enorm toegenomen. Sinds juni 2014 bleek uit peilingen dat ongeveer 50% van de ondervraagden het Oekraïense NAVO-lidmaatschap steunde.
Geschiedenis van betrekkingen
Voorzitterschap van Leonid Kravtsjoek (1991-1994) De betrekkingen tussen Oekraïne en de NAVO werden formeel tot stand gebracht in 1992, toen Oekraïne toetrad tot de Noord-Atlantische Samenwerkingsraad na het herwinnen van zijn onafhankelijkheid. Later werd deze organisatie omgedoopt tot de Euro-Atlantische Partnerschapsraad. Op 8 juli 1992 bracht president Leonid Kravtsjoek een bezoek aan het NAVO-hoofdkwartier te Brussel. Een belangrijke gebeurtenis in de ontwikkeling van de betrekkingen tussen Oekraïne en de NAVO was de opening van de Ambassade van Oekraïne in Brussel in september 1992. Deze opening vormde een schakelmoment in de relaties tussen Oekraïne en de NAVO.
Een paar jaar later, in februari 1994 werd Oekraïne het eerste post-Sovjet-land dat een raamovereenkomst sloot met de NAVO in het kader van het Partnerschap voor de Vrede- initiatief. Daarmee steunde Oekraïne het initiatief van Midden- en Oost-Europese landen om zich bij de NAVO aan te sluiten.
Voorzitterschap van Leonid Koetsjma (1994-2005) miniatuur|300x300px| De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld en de Oekraïense president Leonid Koetsjma. Partenit, autonome republiek van de Krim, 13 augustus 2004 In de zomer van 1995 kwam de NAVO in actie om de gevolgen van de drinkwaterramp in Charkiv te helpen verzachten. Dit was de eerste samenwerking tussen de NAVO en Oekraïne. Op 7 mei 1997 werd in Kiev het allereerste officiële informatie- en documentatiecentrum van de NAVO geopend, bedoeld om de transparantie over het bondgenootschap te bevorderen. Uit een opiniepeiling van 6 mei bleek dat 37% van de Oekraïense bevolking voor aansluiting bij de NAVO was, 28% tegen en 34% onbeslist. Op 9 juli 1997 werd een commissie NAVO-Oekraïne opgericht. In 2002 verslechterden de betrekkingen met de regering van de Verenigde Staten en andere NAVO-landen. Nadat de opnamen uit het zogenoemde Cassetteschandaal waren gepubliceerd, bleek dat een geavanceerd Oekraïens defensiesysteem zou zijn overgedragen aan het Irak van Saddam Hoessein. Op de NAVO-uitbreidingstop in november 2002 nam de NAVO-Oekraïne-commissie een actieplan Oekraïne-NAVO aan. De verklaring van president Leonid Koetsjma was dat Oekraïne lid wilde worden van de NAVO en het Oekraïense troepen naar Irak in 2003.
Op 6 april 2004 heeft Verchovna Rada een wet aangenomen betreffende de vrije toegang van NAVO-strijdkrachten tot het grondgebied van Oekraïne.
Op 15 juni 2004 stond in de tweede editie van de militaire doctrine van Oekraïne op de agenda. Dit decreet werd goedgekeurd door Leonid Koetsjma, het omvat een bepaling over de uitvoering door Oekraïne van een beleid van Euro-Atlantische integratie. Het decreet heeft als einddoel de toetreding van Oekraïne tot de NAVO. Reeds op 15 juli 2004, na een vergadering van de Oekraïne-NAVO-commissie, vaardigde president Koetsjma echter een decreet uit waarin hij verklaarde dat toetreding tot de NAVO niet langer het doel van het land was .Hij beoogde "een aanzienlijke verdieping met de betrekkingen van de NAVO en de Europese Unie met als waarborg de veiligheid en stabiliteit in Europa".
Voorzitterschap van Viktor Joesjtsjenko (2005-2010) miniatuur| De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld en de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO Victoria Nuland tijdens het NAVO-Oekraïne-overleg in Vilnius, Litouwen, op 24 oktober 2005 Na de Oranjerevolutie in 2004 werd Leonid Koetsjma vervangen door president Viktor Joesjtsjenko, die een fervent voorstander is van het NAVO-lidmaatschap van Oekraïne. In januari 2008 stuitte het voorstel van Joelia Timosjenko om Oekraïne te laten toetreden tot het NAVO-actieplan voor lidmaatschap op verzet. Voorgaand was er een petitie met meer dan 2 miljoen handtekeningen dat opriep tot een referendum over het voorstel van Oekraïne om lid te worden van de NAVO. De oppositie heeft elke oproep tot het houden van een nationaal referendum met betrokkenheid bij de NAVO tegengehouden. In februari 2008 steunde 57,8% van de Oekraïners het idee van een nationaal referendum over toetreding tot de NAVO, tegen 38,6% in februari 2007.
Op 21 april 2005 vond in Vilnius een informele bijeenkomst plaats van de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO-landen. De vergadering over de Oekraïne-NAVO-commissie werd gehouden, waarmee er een nieuwe fase werd ingeluid in de betrekkingen van Oekraïne met het NAVO-bondgenootschap. Het was een "intensieve dialoog", die de eerste stap moest vormen op weg naar de toetreding van Oekraïne tot de NAVO.
Oekraïense aanvragen om lid te worden van het NAVO-actieplan voor lidmaatschap In januari 2008 zei de Amerikaanse senator Richard Lugar: "De Oekraïense president Viktor Joesjtsjenko, premier Joelia Timosjenko en parlementsvoorzitter Arsenii Jatsenjoek hebben de verklaring ondertekend waarin wordt opgeroepen om tijdens de top van Boekarest na te denken over de toetreding van Oekraïne tot het actieplan voor NAVO-lidmaatschap."
Het Oekraïense parlement onder leiding van Arsenii Jatsenjoek kon zijn gewone parlementszitting niet houden na het besluit van de parlementaire oppositie. De parlementaire oppositie protesteerde tegen de toetreding tot de NAVO. De parlementaire oppositie verhinderde alle werkzaamheden binnen het Oekraïense parlement. Het parlement was geblokkeerd van 25 januari 2008 tot en met 4 maart 2008.
De Amerikaanse president George W. Bush en de beide kandidaten voor het presidentschap van de Verenigde Staten bij de verkiezingen van 2008, de toenmalige Amerikaanse senatoren Barack Obama en John McCain hebben hun steun uitgesproken voor het NAVO-lidmaatschap van Oekraïne. De Russische reacties waren negatief. In april 2008 sprak de Russische president Vladimir Poetin zich uit tegen een Oekraïnes lidmaatschap van de NAVO.
Top van Boekarest: 2008-2009 Tijdens de NAVO-top in Boekarest in april 2008 besloot de NAVO Georgië en Oekraïne nog geen lidmaatschap aan te bieden. NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer zei dat Georgië en Oekraïne uiteindelijk wel lid zouden worden. Er kwam naar verluidt verzet van Frankrijk en Duitsland. Ook Nederland had bezwaren tegen de mogelijke toetreding.
Voorzitterschap van Viktor Janoekovitsj (2010-2014) Tijdens de campagne voor de Oekraïense presidentsverkiezingen van 2010 verklaarde Viktor Janoekovitsj als presidentskandidaat onder de Partij van de Regio's dat het huidige niveau van samenwerking tussen Oekraïne en de NAVO "voldoende" was. De kwestie van de toetreding van Oekraïne tot de NAVO was daarom niet urgent.
Op 1 maart 2010 zei Janoekovitsj tijdens zijn bezoek aan Brussel dat er niets zou veranderen aan de status van Oekraïne als lid van het outreach-programma van het bondgenootschap. Later herhaalde hij tijdens een reis naar Moskou dat Oekraïne een "Europese, niet-gebonden staat" zou blijven.
Presidentschap van Petro Porosjenko (2014-2019) Janoekovitsj ontvluchtte Oekraïne tijdens de Euromaidan-opstand die in februari 2014 ontstond. Als gevolg van deze revolutie kwam de interim-regering-Jatsenjoek I in Oekraïne aan de macht. De regering van Jatsenjoek verklaarde initieel dat het niet de bedoeling was dat Oekraïne lid zou worden van de NAVO.
miniatuur| Petro Porosjenko met de Duitse bondskanselier Angela Merkel en vicepresident van de Verenigde Staten Joe Biden, februari 2015 NAVO-functionarissen zegden hun steun toe aan Oekraïne en probeerden de spanningen tussen de NAVO en Rusland te bagatelliseren. Rusland weigerde de afzetting van Janoekovitsj of de regering-Jatsenioek te erkennen. Eind februari 2014 bevestigde Anders Fogh Rasmussen, secretaris-generaal van de NAVO, dat het NAVO-lidmaatschap nog steeds een optie is voor Oekraïne.
Op 29 augustus 2014, na berichten dat het Russische leger binnen Oekraïne opereerde, kondigde de Oekraïense premier Arseni Jatsenjoek aan dat hij het Oekraïense parlement zou vragen Oekraïne voor een traject richting NAVO-lidmaatschap in te zetten. De regering heeft ook te kennen gegeven dat zij hoopt op de status van belangrijke niet-NAVO-bondgenoot met de Verenigde Staten, de grootste militaire macht en contribuant binnen de NAVO. Als onderdeel van deze inspanningen en om toekomstig Oekraïens lidmaatschap van de Euraziatische Economische Unie en andere door Rusland geleide supranationale entiteiten uit te sluiten, heeft Jatsenjoek ook een wetsontwerp ingediend om de eerder door Jatsenjoek ingestelde "niet-blokstatus" van Oekraïne in te trekken. Na de parlementsverkiezingen van oktober 2014 heeft de nieuwe regering van de toetreding tot de NAVO een prioriteit gemaakt.
miniatuur| NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg en Petro Porosjenko, 10 juli 2017 In maart 2016 verklaarde Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, dat het minstens 20-25 jaar zou duren voordat Oekraïne lid zou zijn van de EU en de NAVO. Op 8 juni 2017 nam de Verchovna Rada van Oekraïne een wet aan die integratie met de NAVO tot een prioriteit van het buitenlands beleid maakt. In juli 2017 kondigde Porosjenko aan dat hij zou streven naar het openen van onderhandelingen over een actieplan voor lidmaatschap met de NAVO. In dezelfde maand begon president Porosjenko met het voorstellen van een "patronagesysteem", waarbij individuele regio's worden gekoppeld aan Europese staten.